Greyhound

Greyhound is a sportive, though friendly dog. He is determined to reach the top, because after that a mind-blowing descent will follow.

Dogs don’t transpire, but loose heat by panting. So is Greyhound.

In my first style sketch I drew Greyhound ‘by hand’ in Photoshop. He is quite hairy, but while he is a professional cyclist, I decided to build him out of vector shapes; smooth, shiny and aerodynamic. In my later design, I gave up the shininess, he needs to be flat, and gave him some texture. This texture together with the handkerchief suppose to make Greyhound more caressable (Spoiler alarm!) so his death in the end will become more touching.

The final version is cleaner with no shine, no texture, and no outlines. His bike is all yellow now.  Simplified as much as possible.

Scenario

In my new scenario the main character is the dog named Greyhound. The Beetle has a more active role because of his lines of text. The Lady plays the same role though a little more hysterical.

The characters are more elaborated. There is more variable emotion in the characters and the cause-effects are more clear, making the film more coherent.

I also made shot decisions in this version.

Download the PDF file .

Log line

On the slope of the Col de Sac.

Greydog cycles uphill on a thin racing bike. He has a red dotted handkerchief knotted around his neck. He is exhausted but determined to reach the top.

Downhill Beetle stands in the middle of a pedestrian crossing stroking his small shiny black smartphone. He is having a monologue with his phone in faulty Nietzsche frases. His feelers vibrating with excitement.

At the foot of the slope, on a false flat sidewalk, a decent lady wearing a red dotted summer dress crawls on her hands and knees. She is looking for her glasses, swearing and growling.

In this wide landscape a tragicomic but perilous situation arises when the paths of the three characters cross.

Lean Startup – 3

Gesprek 3: Stefan Nieuwenhuis

Het probleem dat striptekenaars moeite hebben om van hun werk rond te komen, kon Stefan bevestigen: net als de meeste kunstenaars en artiesten is er slechts een klein deel dat geen bijbaantjes heeft als postbode, nachtportier of prostituee. Hoe nobel hij mijn streven ook vindt om ze te koppelen aan commerciële partijen, vindt hij geld als drijfveer niet verstandig. Ook zou hij in beginsel niet met financierende bedrijven in zee gaan, omdat die heel erg de inhoud willen bepalen.

Aan een webmagazine, een soort blog eigenlijk kleeft volgens Stefan een flink nadeel: mensen moeten er moeite voor doen om bij de content te komen: ze moeten naar de site, inloggen en dan ook nog veel lezen. Ik noemde in mijn ogen succesvolle voorbeelden als Bright Ideas en de Correspondent. Op de laatste heeft hij ook een abonnement. Hij heeft al een paar maanden niks gelezen, omdat de artikelen, hoewel interessant, veel te lang zijn. Ze missen het [hap snap] karakter dat gebruikers van web content nog steeds belangrijk vinden. Stefan zelf zit er aan te denken om zijn papieren tijdschrift van Spijk, dat al een tijdje niet meer verschijnt, voor te zetten als email nieuwsbrief met links naar externe content. De content moet daarvoor zo prikkelend zijn dat de lezers, waarvan de meesten al met een informatie overload kampen, wil doorklikken. Belangrijk in dit plaatje is die informatie overload; alles is beschikbaar en overal word over geblogd en naar gelinkt en over getweet, maar de mensen hebben behoefte aan iemand die daar een selectie in maakt; een deskundig filter. Om als autoriteit over een bepaald onderwerp bekend te komen staan, heb je een lange weg te gaan en moet je klein beginnen.

Ouderen als doelgroep voor strips lijkt Stefan wel interessant. Op mijn opmerking dat dit minder voor de hand ligt, dus moeilijker is, krijg ik een onverwacht antwoord: voor kids is strips maken tegenwoordig veel moeilijker, omdat zij strips suf vinden; strips zijn namelijk al veel te veel misbruikt voor educatieve doeleinden.

Als reactie op mijn Knols Koek test case was Stefan heel duidelijk. Volgens hem neem ik hiermee zowel mijn doelgroep als mijn klant niet serieus. Dat gaat me dus geen lezers, maar ook geen klanten opleveren. Wat ik ook doe, mijn intenties moeten goed, zuiver, maar vooral duidelijk zijn. Strips voor ouderen is al genoeg. Wil je interessante content, huur daar dan journalisten voor in.

De kwaliteit ligt hem in de eenvoud. Je ziet een plaatje, dat prikkelt, daar klik je op en je ziet direct de inhoud.

Conclusie

Ik denk dat ik te veel dingen door elkaar heen laat lopen en dat ik niet eenvoudig genoeg denk. Als ik werk voor een doelgroep, moet ik deze in eerste instantie wel serieus nemen en uitzoeken wat men grappig vind. Ik moet me ook afvragen of ik een groot deel van de week redactiewerk wil doen en of ik reclamebureautje wil spelen. Ik moet dus naar de essentie.

Als ik dan kijk naar wat Dirk Verschure vertelde, is deze essentie een autonoom werk maken, een boek of een prent in zijn geval, en dat op de markt verkopen. Dat is ook waar deze Lean Startup in essentie voor staat. Ik gooi dus het grootste gedeelte van de ideeën en poeha over boord.

De samenwerking met striptekenaars blijft, zo ook de humor als basisbeginsel. Het tijdschrift idee vervang ik door 1 pagina werk, dat is helder en meer hapsnap. Alle werken krijgen een eigen url waar de titel instaat en kunnen gekocht worden door verzamelaars of bedrijven. Dit laatste is een businessmodel dat ik erg mooi vind, waarmee Rafaël Rozendaal zijn abstracte en soms interactieve animaties als websites verkoopt. De URL is de titel van het werk en de naam van de koper staat in de site titel in de bovenste balk van de browser vermeld. Ik sta zelfs open voor product placement, maar geen beeldverstorende banners en Google Clicks.

Aangezien ik het hele model herzie, en mijn verslag ook in het Nederlands is, schrijf ik het model ook in het Nederlands.

Download the PDF file .

Lean Startup – Minimal Viable Product

Webmagazine met de werktitel Face to Face Magazine getekend door striptekenaars met als doelgroep de senioren, waarin per editie een bepaalde tekenaar gekoppeld wordt aan een merk. Dit merk sponsort de editie van het magazine. Het thema van het magazine heeft indirect te maken met de sponsor.

Als minimal viable product heb ik een landingspagina met verwijzingen naar mogelijke items van de eerste proefeditie. Ik wil als testcase Knols Koek gebruiken, omdat dat een klein lokaal bedrijf is dat al vele oudere Groningers tot zijn klanten mag rekenen. De site heb ik zelf bij elkaar geshopt met beelden van stripcollectief Lamelos en is puur als voorbeeld. In het geval van een werkelijke pilot wil ik speciaal voor de site tekeningen laten maken

Om te onderzoeken of een webmagazine als dit levensvatbaar is zou ik moeten praten met bestaande tijdschriften als Eppo en Zone 5300. Ik heb koffie gedronken met Stefan Nieuwenhuis, redacteur bij Zone 5300, waar zijn columns gaan over de langzame maar zekere economische ondergang van de stripwereld. Stefan geeft ook al van jongs af aan in eigen beheer tijdschriften uit, zoals van Spijk dat een mix is van strips, beeldende kunst en absurdistische teksten.

Lean Startup – 2

Gesprek met Sam Peters

Onlangs heb ik tijdens een etentje gesproken met striptekenaar Sam Peters van het stripcollectief Lamelos. Met hem heb ik voornamelijk de probleemstelling uit mijn Lean Startup besproken. ‘De doelgroep voor strips vergrijst langzaam’. Dit kon Sam bevestigen. Hij constateert ook dat de jongeren steeds minder strips lezen waardoor ze de beeldgrammatica van strips niet aanleren. De strip is in de jaren 80 de aansluiting met de jeugd verloren. Strips waren vaders hobby en dus niet cool.

Gelukkig blijven de populaire mainstream strips als Suske en Wiske en tijdschriften als Tina, Penny nog wel gelezen. Deze zijn volgens Sam slecht getekend en de verhalen gaan ook niet al te diep, maar de jeugd leert er in ieder geval nog wel het fenomeen strip lezen, met een grotere kans dat ze op latere leeftijd graphic novels kunnen waarderen.

digitale media

Een van mijn voorgestelde oplossing om de media die het stripboek vervangen, games en internet, in te zetten als drager voor de stripverhalen, blijkt geen nieuwe, baanbrekende oplossing. Jonge tekenaars publiceren en masse hun werk online om een schare fans op te kunnen bouwen, die later ook hun boeken en tekeningen koopt. (Dirk Verschure is hier ook een voorbeeld van). Wat hot is onder de jongere generaties zijn voornamelijk de gag strips, humoristische strips van enkele plaatjes tot hooguit een pagina. De jong generatie is heel goed in het volgen van online reeksen. Als je kijkt naar mijn generatie die met televisie (en stripboeken) is groot geworden, dan heeft die daar veel meer moeite mee.

Games

Mijn volgende vraag aan Sam is of er vanuit de stripwereld gewerkt wordt aan games, een andere bedreiging voor de strips. In Nederland is dat niet het geval. In het zuiden van Europa lopen de strip- en gamewereld meer in elkaar over. Het jaarlijkse festival Lucca Comics and Games brengt de twee werelden bij elkaar. Bezoekers komen ook vaak verkleed als hun favoriete game of comic character, soms ook hele gezinnen.

De meest zichtbare doelgroep voor strips, te vinden in stripwinkels en op beurzen is de ietwat nerdy man van middelbare leeftijd met een buikje en een stoffen tasje. Deze groep leest het in 2009 opnieuw opgerichte stripblad Eppo, waar ze volgens Sam voornamelijk bevestiging zoeken in hoe ze vroeger strips beleefden. Weinig vernieuwende strips dus. Maar commercieel wel slim.

Andere markten die het goed doen zijn manga, comic books en graphic novels.

tijdschrift

Sam heeft een idee voor een tijdschrift, eerder een goedgedrukt boekje dan een blad, waar verschillende auteurs van tijd tot tijd strips in publiceren. Dit tijdschrift wordt gratis verspreid in kroegen en andere semi-openbare plekken. Advertenties zorgen voor de financiering en een vergoeding voor de auteurs.

Vertaal ik dit naar een digitaal medium, dan kom ik eerder uit op een webmagazine dan een app.
Ik wil onderzoeken of het adverteren zonder al te beeldbepalend te zijn
de belangrijkste inkomstenbron van het magazine kan zijn. Ook wil ik de doelgroep met het oog op de toekomstige vergrijzing een stukje overdrijven: het lijkt me spannend om humoristische strips te (laten) maken voor de actieve senioren. Lachen is immers gezond.

Ik neem de volgende uitgangspunten

  • humor als basis
  • strip als vorm
  • ouderen als doelgroep
  • ieder magazine is gesponsord door een bedrijf

Download the PDF file .

Lean Startup 1

Gesprek met Dirk Verschure

Mijn aanvankelijke plan is een Platform waar van tijd tot tijd verschillende striptekenaars en animatoren korte interactive gags op plaatsen. De leden van dit platform kunnen Credits kopen, waarmee ze deze content kunnen betalen als ze dat willen. Een deel van de opbrengst hiervan is voor de artiesten.

Tijdens de Excursie in Berlijn heb ik met cartoonist Dirk Verschure van Dirks Big Bunny Blog gesproken over mijn prille plannen.

Dirk  heeft me  op een aantal ideeën gebracht.

Hem leek het erg moeilijk en tijdrovend om een platform te onderhouden. Als hij als striptekenaar al een app wilde, dan leek het hem veel eenvoudiger om een eenmalig afgerond product te verkopen. Hij dacht ook dat een app als deze niet het middel is om nieuwe ‘lezers’ aan te trekken, maar eerder een extra product voor bestaande fans en verzamelaars. Als je daarop mikt, heb je meteen een groep mensen te pakken die bereid is een klein bedrag te betalen voor je app.

Een andere mening van Dirk over het Nederlandse ondernemerschap spreekt me ook wel aan: in Nederland zijn veel creatief ondernemers (een rotwoord volgens Dirk) vooral ondernemertje aan het spelen en vooral met luchtfietserij en grootse meeslepende, vage projecten bezig. In Duitsland is het veel concreter. “Kijk naar mij: ik sta hier gewoon op de markt mijn eigen boeken en prenten te verkopen.” En het werkte, want in de drie kwartier dat we aan het praten waren heeft hij wel vier klanten gehad die allemaal met meer dan één product bij zijn kraampje vandaan gingen.

Download the PDF file .